Wetenschap
‘Wij willen onze voorouders terug’
Toen Laurens de Rooy projectleider werd van het onderzoek naar het koloniale verleden van de KNAW, herinnerde dit hem aan de gevoelige geschiedenis van ‘zijn’ museum Vrolik op locatie AMC. Speciaal aan de teruggave van mensenresten aan onder meer de Māori. “Dan voel je de emotie over hun voorouders.”
Tekst: Stijn Dunk - Foto: Mark Horn
’Daar wil ik wel bij betrokken zijn’, dacht ik meteen toen ik hoorde dat de KNAW een onderzoek liet uitvoeren naar zijn eigen koloniale verleden - en de doorwerking hiervan. Als directeur en conservator van museum Vrolik heb ik ervaring met het reflecteren over je eigen koloniale oorsprong. Vader en zoon Gerard en Willem Vrolik vermengden hun wetenschappelijk-anatomische kennis begin negentiende eeuw met de toenmalige koloniale, hiërarchische en racistische denkbeelden. Zij waren bovendien zeer actief in de voorloper van de Koninklijke Akademie.
Hoe gevoelig de koloniale geschiedenis van de Nederlandse wetenschap kan zijn, heb ik van dichtbij ervaren. Met museum Vrolik hebben wij de afgelopen jaren twee keer mensenresten uit voormalige kolonies die in ons bezit waren, teruggegeven aan de oorspronkelijke gemeenschappen: de Māori en Moriori in Nieuw-Zeeland en de inwoners van Tanimbar in Indonesië. Toen drong het pas volledig tot me door hoeveel zulke resten kunnen oproepen. Ik voelde bij de nazaten heel goed de emotie ‘Wij willen onze voorouders terug’. En zag de pijn die zij voelden dat hun voorouders zo lang zo ver ‘in ballingschap’ hadden moeten leven. Het is heel mooi wanneer je door zo’n teruggave die pijn deels kunt helen. Helaas kan dat lang niet altijd, omdat de herkomst vaak niet bekend is.
Het onderzoeksteam van het KNAW-project is multidisciplinair. Iedereen brengt zijn eigen wetenschappelijke achtergrond en methodologie mee. Bovendien heeft een aantal teamleden een uitgebreid netwerk in Suriname en Indonesië. We werken effectief samen, er is een goede vibe. Twee belangrijke kaders zijn exclusie en extractie in de koloniale wetenschap. Exclusie gaat over buitensluiting. Bijvoorbeeld van inheemse deskundigen wiens kennis wel gebruikt werd maar die zelf niet als volwaardig werden behandeld, vanwege opvattingen over minderwaardigheid. Extractie gaat over het weghalen van bijvoorbeeld grondstoffen, objecten en kennis door de Nederlanders.
Je ziet vaak een combinatie van motieven. In 1858 voerde een Nederlands schip langs de zuidkust van Nieuw-Guinea. Het verkende de kust verkende vanwege strategische, economische en wetenschappelijke motieven. Het ging om mogelijke steenkolenwinning, het in kaart brengen van de kust, maar er werd ook gepolst hoe vriendelijk of vijandig de bevolking zich volgens de Nederlanders opstelde. Tijdens de reis werden zowel menselijke schedels, dieren, maar ook cultuurvoorwerpen verzameld. Ontzettend boeiend.
Het KNAW-onderzoek past in de ontwikkeling van mijn rol sinds ik in 2001 bij museum Vrolik begon. Toen keek ik vooral met een cultuurhistorisch en wetenschapshistorisch perspectief naar de collectie. Dat is steeds meer verschoven naar de maatschappelijke betekenis. Van binnen naar buiten, net als in het KNAW-project.” •
‘Wij willen onze voorouders terug’
Wetenschap
’Daar wil ik wel bij betrokken zijn’, dacht ik meteen toen ik hoorde dat de KNAW een onderzoek liet uitvoeren naar zijn eigen koloniale verleden - en de doorwerking hiervan. Als directeur en conservator van museum Vrolik heb ik ervaring met het reflecteren over je eigen koloniale oorsprong. Vader en zoon Gerard en Willem Vrolik vermengden hun wetenschappelijk-anatomische kennis begin negentiende eeuw met de toenmalige koloniale, hiërarchische en racistische denkbeelden. Zij waren bovendien zeer actief in de voorloper van de Koninklijke Akademie.
Hoe gevoelig de koloniale geschiedenis van de Nederlandse wetenschap kan zijn, heb ik van dichtbij ervaren. Met museum Vrolik hebben wij de afgelopen jaren twee keer mensenresten uit voormalige kolonies die in ons bezit waren, teruggegeven aan de oorspronkelijke gemeenschappen: de Māori en Moriori in Nieuw-Zeeland en de inwoners van Tanimbar in Indonesië. Toen drong het pas volledig tot me door hoeveel zulke resten kunnen oproepen. Ik voelde bij de nazaten heel goed de emotie ‘Wij willen onze voorouders terug’. En zag de pijn die zij voelden dat hun voorouders zo lang zo ver ‘in ballingschap’ hadden moeten leven. Het is heel mooi wanneer je door zo’n teruggave die pijn deels kunt helen. Helaas kan dat lang niet altijd, omdat de herkomst vaak niet bekend is.
Het onderzoeksteam van het KNAW-project is multidisciplinair. Iedereen brengt zijn eigen wetenschappelijke achtergrond en methodologie mee. Bovendien heeft een aantal teamleden een uitgebreid netwerk in Suriname en Indonesië. We werken effectief samen, er is een goede vibe. Twee belangrijke kaders zijn exclusie en extractie in de koloniale wetenschap. Exclusie gaat over buitensluiting. Bijvoorbeeld van inheemse deskundigen wiens kennis wel gebruikt werd maar die zelf niet als volwaardig werden behandeld, vanwege opvattingen over minderwaardigheid. Extractie gaat over het weghalen van bijvoorbeeld grondstoffen, objecten en kennis door de Nederlanders.
Je ziet vaak een combinatie van motieven. In 1858 voerde een Nederlands schip langs de zuidkust van Nieuw-Guinea. Het verkende de kust verkende vanwege strategische, economische en wetenschappelijke motieven. Het ging om mogelijke steenkolenwinning, het in kaart brengen van de kust, maar er werd ook gepolst hoe vriendelijk of vijandig de bevolking zich volgens de Nederlanders opstelde. Tijdens de reis werden zowel menselijke schedels, dieren, maar ook cultuurvoorwerpen verzameld. Ontzettend boeiend.
Het KNAW-onderzoek past in de ontwikkeling van mijn rol sinds ik in 2001 bij museum Vrolik begon. Toen keek ik vooral met een cultuurhistorisch en wetenschapshistorisch perspectief naar de collectie. Dat is steeds meer verschoven naar de maatschappelijke betekenis. Van binnen naar buiten, net als in het KNAW-project.” •
Tekst: Stijn Dunk - Foto: Mark Horn
Toen Laurens de Rooy projectleider werd van het onderzoek naar het koloniale verleden van de KNAW, herinnerde dit hem aan de gevoelige geschiedenis van ‘zijn’ museum Vrolik op locatie AMC. Speciaal aan de teruggave van mensenresten aan onder meer de Māori. “Dan voel je de emotie over hun voorouders.”