de transferafdeling
Met één been uit het ziekenhuis
Op de Transferafdeling liggen patiënten die nog niet naar huis of verpleeghuis kunnen maar geen medische ziekenhuiszorg meer nodig hebben. De afdeling verhuisde onlangs naar locatie AMC en is onderdeel van Amstelring. Een vreemde eend in de bijt, maar door de korte lijnen zeer welkom. Vier betrokkenen vertellen hun verhaal over de transferafdeling.
Tekst: Eva Cornet - Foto’s: Sake Rijpkema
'De juiste zorg op het juiste moment'
Jessica Spoelstra, transferverpleegkundige Bureau Nazorg
“Ik regel de nazorg voor onze klinische patiënten. Daarbij werk ik veel samen met de transferafdeling. Het bevalt me echt goed. Ik heb veel contact met artsen, patiënten en hun familie, neem deel aan multidisciplinaire overleggen en word regelmatig gevraagd mee te beslissen over een complexe situatie. Het is fijn dat de transferafdeling er is, ik plaats er regelmatig patiënten. Het nadeel van zo’n afdeling ín het ziekenhuis is dat sommige artsen denken dat deze van Amsterdam UMC is. Als een patiënt te goed is voor hun specialistische afdeling, maar medisch nog niet naar huis kan, vragen ze vaak een plek aan. Alleen is die bedoeld voor patiënten die medisch ontslagen kunnen worden.
Ik doe nooit beloftes aan patiënten over de transferafdeling, verpleegzorg of een revalidatiecentrum. Ik ben afhankelijk van hun zorgverzekering: met welke aanbieder zijn er contracten, waar is plek en is er een indicatie? Mijn uitdaging is dat de juiste zorg op het juiste moment voor de juiste patiënt beschikbaar is. Dat is vaak ingewikkeld, zodat iemand bijvoorbeeld te lang in een ‘verkeerd bed’ ligt. Amsterdam UMC is een derdelijns centrum: je wil niet dat een bed onnodig bezet is. Gelukkig is het fijn samenwerken met de transferafdeling. De specialisten ouderengeneeskunde van Amstelring denken mee, zodat we vaak patiënten daar kunnen onderbrengen. Dat is de kick van mijn vak: als het lukt om na veel rondbellen alles geregeld te krijgen.”
‘Goed voor de doorstroom’
‘Hoe sneller het herstel,
hoe korter de wachtlijsten’
Bianca Buurman, hoogleraar Acute Ouderenzorg
“Transferafdelingen zijn een belangrijke schakel in de regionale zorg. Zeker nu ouderen steeds meer verpleeghuiszorg thuis krijgen in plaats van dat ze direct een plek in een verpleeghuis krijgen. Dit leidt tot meer acute ziekenhuisopnames en daarna is vaak herstel nodig op een transferafdeling. De krapte aan bedden zit aan beide kanten: zowel in de regio voor kwetsbare ouderen als in de ziekenhuizen zelf met de beddendruk en het verpleegkundigentekort. Er zijn meerdere transferafdelingen door de stad heen en één ervan zit nu op locatie AMC, gerund door Amstelring. De overstap van locatie VUmc naar de Meibergdreef was een logisch vervolg op de spoedzorg die ook naar deze locatie is verhuisd.
Het is fijn dat Amsterdam UMC de transferafdeling in huis heeft, want dat maakt de overgang laagdrempelig en de lijnen tussen de zorgverleners kort. Een risico is echter dat er te snel een verzoek wordt ingediend voor een plekje op de transferafdeling. We moeten niet vergeten dat we in het ziekenhuis echt de focus moeten hebben op het zo fit mogelijk krijgen en houden van de patiënten. Dat ze tijdens de opname vaker uit bed komen en meer bewegen. Laat ze dat bekertje water zelf pakken als ze het kunnen. Goed zorgen lijkt professioneel, maar rust roest, dus we moeten ook onze klinische patiënten zo fit mogelijk houden. Het mooiste is als ouderen daardoor meteen naar huis kunnen na een opname. De inzet van familie speelt daarbij ook een belangrijke rol.
Het is mijn drijfveer om de zorg voor kwetsbare ouderen in de regio zo goed mogelijk te regelen. Met als doel dat ouderen minder snel acute zorg nodig hebben en minder lang zorg nodig hebben. Met het oog op de tekorten in de zorg is dat noodzakelijk. En het verhoogt de kwaliteit van leven van de kwetsbare oudere patiënten. Het is een lastig logistiek proces waar we met alle partners in de regio hard aan werken. De transferafdeling zorgt dat sommige patiënten na de Spoedeisende Hulp misschien niet eens opgenomen hoeven te worden in het ziekenhuis. En dat bedden worden vrijgemaakt als een patiënt wacht op een plekje in een revalidatiecentrum of verpleeghuis. Door dit zo efficiënt mogelijk te regelen, blijven er voldoende bedden in het ziekenhuis. Dan kunnen patiënten in een veilige omgeving herstellen en wordt de doorstroom in de regio bevorderd, waardoor wachtlijsten niet onnodig oplopen.”
‘Patienten zelfstandiger maken’
Daphne van Kesteren, opname- en ontslagcoördinator
“Na zes jaar in een particulier verpleeghuis gewerkt te hebben, en daarvoor in de thuiszorg, wilde ik meer afwisseling. Een collega tipte mij de Transferafdeling binnen Amstelring en dat was meteen een schot in de roos. Patiënten liggen hier veel korter en zijn veel minder dementerend dan in een verpleeghuis. Ik kwam hier tweeënhalf jaar geleden binnen als verzorgende IG en werk sinds juli ook deels als opname- en ontslagcoördinator. Wel spannend, omdat ik hier nog maar kort werk en nu ook leidinggevende taken heb. Het was de bedoeling om één dag coördinatie te doen en daarnaast drie dagen aan het bed te staan. Ik wil de patiënten niet alleen achter de computer zien maar echt leren kennen. Doordat een coördinator vertrok en we zieke collega’s hebben, is de verhouding nu andersom.
‘Het klinisch redeneren vind ik leuk’
Op onze afdeling liggen voornamelijk ouderen die bijvoorbeeld een tracheostoma (een canule in het strottenhoofd, red.) hebben, sondevoeding krijgen of een dubbele heupprothese. Zij moeten hun zelfzorg opnieuw aanleren, zodat ze naar huis kunnen met hulpmiddelen. Ook liggen er oncologiepatiënten die de periode rondom de radiotherapie moeten overbruggen, wat thuis niet gaat. Mijn werk vraagt continu om klinisch redeneren, wat in een verpleeghuis veel minder nodig is. Dat maakt het voor mij een leuke en uitdagende werkplek. Via POINT, waar aanmeldingen worden aangeboden door transferbureaus, verwijspunten, huisartsen en ziekenhuizen, beoordelen we samen met de specialist ouderengeneeskunde welke patiënten kunnen worden opgenomen. Ook communiceren we daarin met alle partijen om ontslag en doorstroom te plannen.
Het lastigste te plaatsen zijn mensen met een WLZ-indicatie. Dat betekent dat iemand onplanbare zorg nodig heeft en een plek krijgt in een verpleeghuis. De wachtlijsten zijn lang, dus een overbruggingsplek is schaars. Ik zie het als een sport om te zorgen dat deze mensen zo snel mogelijk ergens geplaatst kunnen worden. Aan het bed is mijn grootste uitdaging het uitleggen dat patiënten op de transferafdeling meer zelfstandig moeten zijn. Het is onze taak om te checken wat wel en niet gaat, om te kijken waar iemand naar kan doorstromen. Maar ze komen net uit het ziekenhuis, waar alles voor ze werd gedaan, dus is het wennen dat bijvoorbeeld verwacht wordt dat ze met een gebroken been zelf hun bovenlijf wassen. Uiteindelijk weet ik ze te overtuigen en zijn ze blij als ze door meer zelfstandigheid sneller naar huis kunnen.”
‘Patienten zelfstandiger maken’
Walter Nijbroek, patiënt op de Transfertafdeling
“Een paar weken voor mijn officiële pensioen was ik met de motor in Luxemburg toen het noodlot toesloeg. Ik kreeg een ongeluk en mijn onderbeen werd geamputeerd. Enkele dagen later werd ik naar locatie AMC vervoerd. Daar volgde meerdere operaties, maar doordat ik nog een open wond op mijn stomp had met een hele stellage eraan vast die het bot bij elkaar houdt, kon ik nog niet naar huis. Sinds eind september verblijf ik op de transferafdeling en ik lig hier waarschijnlijk nog wel tot het einde van het jaar.
‘De mensen hier werken met veel toewijding’
Thuis is het met de voorzieningen daar een onmogelijke opgave om te kunnen verblijven en mijn wond heeft meerdere keren per dag verzorging nodig. Ik wacht op een plekje in een revalidatiecentrum, maar daar kan ik pas heen als de wond en het bot helemaal goed geheeld zijn. Dat heeft nog een lange weg te gaan, want vanwege infectiegevaar kan er geen plaat in de stomp worden gezet, dus proberen we het door de natuurlijke aanmaak van kalk te laten genezen. Als dat zo ver is, moet ik nog onder het mes om de stellage te laten verwijderen en daarná kan ik eindelijk naar een revalidatiecentrum. Hier ben ik al wel met de fysiotherapeut zoveel mogelijk kracht aan het opbouwen om weer aan te sterken.
Het verblijf op de transferafdeling is compleet anders dan in het ziekenhuis. Daar lag ik aan veel slangen met continu verpleegkundigen om me heen die alles deden. Hier is het aantal medewerkers per patiënt lager en moet je vaak wat langer wachten op hulp, want ik kan bijvoorbeeld nog niet zelfstandig naar de wc. De medewerkers zijn allemaal ontzettend lief en ze toen hun stinkende best om iedereen zo goed mogelijk te ondersteunen, maar ze moeten roeien met de riemen die ze hebben door het personeelstekort. En alsnog werken ze met zo’n toewijding, dat is bewonderingswaardig.
Omdat ik met 67 jaar een van de jongste patiënten op de afdeling ben, heb ik niet veel aansluiting. Gelukkig komen mijn vrouw en kinderen veel langs en krijg ik regelmatig collega’s over de vloer. En overmorgen ben ik jarig, dus dat gaan we vieren op het Voetenplein. Mijn vrouw neemt me daar elke dag in de rolstoel mee naartoe om wat te eten en daarna gaan we lekker naar buiten. Frisse lucht is zo heerlijk als je zoveel noodgedwongen binnen zit.” •
Met één been uit het ziekenhuis
de transferafdeling
Thuis is het met de voorzieningen daar een onmogelijke opgave om te kunnen verblijven en mijn wond heeft meerdere keren per dag verzorging nodig. Ik wacht op een plekje in een revalidatiecentrum, maar daar kan ik pas heen als de wond en het bot helemaal goed geheeld zijn. Dat heeft nog een lange weg te gaan, want vanwege infectiegevaar kan er geen plaat in de stomp worden gezet, dus proberen we het door de natuurlijke aanmaak van kalk te laten genezen. Als dat zo ver is, moet ik nog onder het mes om de stellage te laten verwijderen en daarná kan ik eindelijk naar een revalidatiecentrum. Hier ben ik al wel met de fysiotherapeut zoveel mogelijk kracht aan het opbouwen om weer aan te sterken.
Het verblijf op de transferafdeling is compleet anders dan in het ziekenhuis. Daar lag ik aan veel slangen met continu verpleegkundigen om me heen die alles deden. Hier is het aantal medewerkers per patiënt lager en moet je vaak wat langer wachten op hulp, want ik kan bijvoorbeeld nog niet zelfstandig naar de wc. De medewerkers zijn allemaal ontzettend lief en ze toen hun stinkende best om iedereen zo goed mogelijk te ondersteunen, maar ze moeten roeien met de riemen die ze hebben door het personeelstekort. En alsnog werken ze met zo’n toewijding, dat is bewonderingswaardig.
Omdat ik met 67 jaar een van de jongste patiënten op de afdeling ben, heb ik niet veel aansluiting. Gelukkig komen mijn vrouw en kinderen veel langs en krijg ik regelmatig collega’s over de vloer. En overmorgen ben ik jarig, dus dat gaan we vieren op het Voetenplein. Mijn vrouw neemt me daar elke dag in de rolstoel mee naartoe om wat te eten en daarna gaan we lekker naar buiten. Frisse lucht is zo heerlijk als je zoveel noodgedwongen binnen zit.” •
Op onze afdeling liggen voornamelijk ouderen die bijvoorbeeld een tracheostoma (een canule in het strottenhoofd, red.) hebben, sondevoeding krijgen of een dubbele heupprothese. Zij moeten hun zelfzorg opnieuw aanleren, zodat ze naar huis kunnen met hulpmiddelen. Ook liggen er oncologiepatiënten die de periode rondom de radiotherapie moeten overbruggen, wat thuis niet gaat. Mijn werk vraagt continu om klinisch redeneren, wat in een verpleeghuis veel minder nodig is. Dat maakt het voor mij een leuke en uitdagende werkplek. Via POINT, waar aanmeldingen worden aangeboden door transferbureaus, verwijspunten, huisartsen en ziekenhuizen, beoordelen we samen met de specialist ouderengeneeskunde welke patiënten kunnen worden opgenomen. Ook communiceren we daarin met alle partijen om ontslag en doorstroom te plannen.
Het lastigste te plaatsen zijn mensen met een WLZ-indicatie. Dat betekent dat iemand onplanbare zorg nodig heeft en een plek krijgt in een verpleeghuis. De wachtlijsten zijn lang, dus een overbruggingsplek is schaars. Ik zie het als een sport om te zorgen dat deze mensen zo snel mogelijk ergens geplaatst kunnen worden. Aan het bed is mijn grootste uitdaging het uitleggen dat patiënten op de transferafdeling meer zelfstandig moeten zijn. Het is onze taak om te checken wat wel en niet gaat, om te kijken waar iemand naar kan doorstromen. Maar ze komen net uit het ziekenhuis, waar alles voor ze werd gedaan, dus is het wennen dat bijvoorbeeld verwacht wordt dat ze met een gebroken been zelf hun bovenlijf wassen. Uiteindelijk weet ik ze te overtuigen en zijn ze blij als ze door meer zelfstandigheid sneller naar huis kunnen.”
‘De mensen hier werken met veel toewijding’
Walter Nijbroek, patiënt op de Transfertafdeling
“Een paar weken voor mijn officiële pensioen was ik met de motor in Luxemburg toen het noodlot toesloeg. Ik kreeg een ongeluk en mijn onderbeen werd geamputeerd. Enkele dagen later werd ik naar locatie AMC vervoerd. Daar volgde meerdere operaties, maar doordat ik nog een open wond op mijn stomp had met een hele stellage eraan vast die het bot bij elkaar houdt, kon ik nog niet naar huis. Sinds eind september verblijf ik op de transferafdeling en ik lig hier waarschijnlijk nog wel tot het einde van het jaar.
‘Patienten zelfstandiger maken’
‘Het klinisch redeneren vind ik leuk’
Daphne van Kesteren, opname- en ontslagcoördinator
“Na zes jaar in een particulier verpleeghuis gewerkt te hebben, en daarvoor in de thuiszorg, wilde ik meer afwisseling. Een collega tipte mij de Transferafdeling binnen Amstelring en dat was meteen een schot in de roos. Patiënten liggen hier veel korter en zijn veel minder dementerend dan in een verpleeghuis. Ik kwam hier tweeënhalf jaar geleden binnen als verzorgende IG en werk sinds juli ook deels als opname- en ontslagcoördinator. Wel spannend, omdat ik hier nog maar kort werk en nu ook leidinggevende taken heb. Het was de bedoeling om één dag coördinatie te doen en daarnaast drie dagen aan het bed te staan. Ik wil de patiënten niet alleen achter de computer zien maar echt leren kennen. Doordat een coördinator vertrok en we zieke collega’s hebben, is de verhouding nu andersom.
‘Patienten zelfstandiger maken’
Bianca Buurman, hoogleraar Acute Ouderenzorg
“Transferafdelingen zijn een belangrijke schakel in de regionale zorg. Zeker nu ouderen steeds meer verpleeghuiszorg thuis krijgen in plaats van dat ze direct een plek in een verpleeghuis krijgen. Dit leidt tot meer acute ziekenhuisopnames en daarna is vaak herstel nodig op een transferafdeling. De krapte aan bedden zit aan beide kanten: zowel in de regio voor kwetsbare ouderen als in de ziekenhuizen zelf met de beddendruk en het verpleegkundigentekort. Er zijn meerdere transferafdelingen door de stad heen en één ervan zit nu op locatie AMC, gerund door Amstelring. De overstap van locatie VUmc naar de Meibergdreef was een logisch vervolg op de spoedzorg die ook naar deze locatie is verhuisd.
Het is fijn dat Amsterdam UMC de transferafdeling in huis heeft, want dat maakt de overgang laagdrempelig en de lijnen tussen de zorgverleners kort. Een risico is echter dat er te snel een verzoek wordt ingediend voor een plekje op de transferafdeling. We moeten niet vergeten dat we in het ziekenhuis echt de focus moeten hebben op het zo fit mogelijk krijgen en houden van de patiënten. Dat ze tijdens de opname vaker uit bed komen en meer bewegen. Laat ze dat bekertje water zelf pakken als ze het kunnen. Goed zorgen lijkt professioneel, maar rust roest, dus we moeten ook onze klinische patiënten zo fit mogelijk houden. Het mooiste is als ouderen daardoor meteen naar huis kunnen na een opname. De inzet van familie speelt daarbij ook een belangrijke rol.
Het is mijn drijfveer om de zorg voor kwetsbare ouderen in de regio zo goed mogelijk te regelen. Met als doel dat ouderen minder snel acute zorg nodig hebben en minder lang zorg nodig hebben. Met het oog op de tekorten in de zorg is dat noodzakelijk. En het verhoogt de kwaliteit van leven van de kwetsbare oudere patiënten. Het is een lastig logistiek proces waar we met alle partners in de regio hard aan werken. De transferafdeling zorgt dat sommige patiënten na de Spoedeisende Hulp misschien niet eens opgenomen hoeven te worden in het ziekenhuis. En dat bedden worden vrijgemaakt als een patiënt wacht op een plekje in een revalidatiecentrum of verpleeghuis. Door dit zo efficiënt mogelijk te regelen, blijven er voldoende bedden in het ziekenhuis. Dan kunnen patiënten in een veilige omgeving herstellen en wordt de doorstroom in de regio bevorderd, waardoor wachtlijsten niet onnodig oplopen.”
‘Hoe sneller het herstel,
hoe korter de wachtlijsten’
‘Goed voor de doorstroom’
'De juiste zorg op het juiste moment'
Jessica Spoelstra, transferverpleegkundige Bureau Nazorg
“Ik regel de nazorg voor onze klinische patiënten. Daarbij werk ik veel samen met de transferafdeling. Het bevalt me echt goed. Ik heb veel contact met artsen, patiënten en hun familie, neem deel aan multidisciplinaire overleggen en word regelmatig gevraagd mee te beslissen over een complexe situatie. Het is fijn dat de transferafdeling er is, ik plaats er regelmatig patiënten. Het nadeel van zo’n afdeling ín het ziekenhuis is dat sommige artsen denken dat deze van Amsterdam UMC is. Als een patiënt te goed is voor hun specialistische afdeling, maar medisch nog niet naar huis kan, vragen ze vaak een plek aan. Alleen is die bedoeld voor patiënten die medisch ontslagen kunnen worden.
Ik doe nooit beloftes aan patiënten over de transferafdeling, verpleegzorg of een revalidatiecentrum. Ik ben afhankelijk van hun zorgverzekering: met welke aanbieder zijn er contracten, waar is plek en is er een indicatie? Mijn uitdaging is dat de juiste zorg op het juiste moment voor de juiste patiënt beschikbaar is. Dat is vaak ingewikkeld, zodat iemand bijvoorbeeld te lang in een ‘verkeerd bed’ ligt. Amsterdam UMC is een derdelijns centrum: je wil niet dat een bed onnodig bezet is. Gelukkig is het fijn samenwerken met de transferafdeling. De specialisten ouderengeneeskunde van Amstelring denken mee, zodat we vaak patiënten daar kunnen onderbrengen. Dat is de kick van mijn vak: als het lukt om na veel rondbellen alles geregeld te krijgen.”
Tekst: Eva Cornet - Foto’s: Sake Rijpkema
Op de Transferafdeling liggen patiënten die nog niet naar huis of verpleeghuis kunnen maar geen medische ziekenhuiszorg meer nodig hebben. De afdeling verhuisde onlangs naar locatie AMC en is onderdeel van Amstelring. Een vreemde eend in de bijt, maar door de korte lijnen zeer welkom. Vier betrokkenen vertellen hun verhaal over de transferafdeling.