Studenten aan de slag op de Nazorgpoli

Reportage

Wil je meer informatie over de Nazorgpoli? Mail naar
Mariëlle Hartjes: m.hartjes@amsterdamumc.nl of Olaf Geerse: o.geerse@amsterdamumc.nl

Tekst: Eva Cornet - Foto’s: Sake Rijpkema

Studenten die zelfstandig een consult met een oncologiepatiënt houden. Dat kan op de nieuwe Nazorgpoli. Onder supervisie leren de studenten de patiënt in brede zin te bevragen over de kwaliteit van leven en om te kijken of er extra hulp geboden kan worden. Een win-win situatie: “Je leert hier zoveel meer dan vanuit de studieboeken.”

De studenten zijn net klaar met de voorbereiding wanneer de patiënt in de wachtkamer plaatsneemt. Ze hebben de vragen voorbereid, de rollen verdeeld en nu kunnen ze in het echt gaan oefenen. Een unieke situatie, want al vanaf het eerste studiejaar kunnen studenten zich opgeven om onder supervisie echte patiënten te zien. De Nazorgpoli leent zich daar bij uitstek voor. De studenten hebben een uur de tijd om de volledige kwaliteit van leven uit te vragen van kankerpatiënten die curatief behandeld zijn geweest. Een win-win-winsituatie, vindt coördinator en PhD-student Mariëlle Hartjes. “De arts heeft er voordeel bij want hij of zij komt veel meer over de patiënt te weten. De patiënt wordt gehoord en krijgt extra ondersteuning. En de studenten kunnen in een vroeg stadium van hun studie al praktijkervaring opdoen.”

D

Rollercoaster

Tweedejaarsstudent Pratham Raghoenath houdt het spreekuur samen met Fleur Hendriksen, die in de wachttijd voor haar master zit. Voor beiden is dit de eerste keer dat ze écht live een consult met een patiënt aangaan. Ze vinden het spannend, maar hebben er vooral veel zin in. “Het is echt uniek dat wij dit al mogen oefenen. Zoiets leer je niet uit een boek.” De studenten moeten verschillende dimensies verkennen, notuleren en vervolgens overleggen met supervisor anesthesioloog Monique Steegers, hoogleraar pijn- en palliatieve geneeskunde. Na het overleg gaan ze samen met Monique terug naar de patiënt om het gesprek af te ronden en te kijken welke stappen er gezet moeten worden. 

Dan is het zo ver en halen Hendriksen en Raghoenath patiënt Tina op. Zij heeft keelkanker en daarvoor een reeks chemo’s en bestralingen gehad. Een belastend traject, waardoor ze graag ‘ja’ zei tegen een uitnodiging voor de Nazorgpoli. Op de vraag wat zij verwacht, antwoordt ze dat ze hoopt dat de studenten er iets van leren en dat ze het fijn vindt om te bespreken hoe alles gegaan is en waar ze nog tegenaan loopt in het dagelijks leven. “Het is zo’n enorme rollercoaster vanaf het moment dat je te horen krijgt dat je kanker hebt. Sommige periodes kan ik me zelfs nauwelijks nog herinneren.”

‘Jullie benaderen mij op een prettige manier’

De studenten stellen vakkundig, empathisch en oprecht geïnteresseerd allerlei vragen aan Tina. Over het verloop van het traject, haar beleving, de lichamelijke beperkingen waar ze tegenaan loopt en het psychische aspect. Hendriksen notuleert en ze stellen om beurten vragen, zonder dat het gekunsteld overkomt. Tina voelt zich duidelijk op haar gemak, want ze vertelt openlijk waar ze mee zit. “Normaal vertel ik niet zoveel hoor, maar jullie benaderen mij echt op een prettige manier.” Eén van de dingen waar Tina mee worstelt, is dat ze al acht maanden zittend slaapt, omdat ze niet kan liggen vanwege een stikgevoel in haar keel. Tijdens het traject heeft nog geen enkele arts aan haar gevraagd hoe het met slapen gaat. De studenten nemen het mee in het overleg met supervisor Steegers. Ook blijkt dat de patiënt nog veel last heeft van spierkrampen en tintelingen in haar benen en daardoor moeilijk loopt. De naweeën van het zware chemotraject. Ook dat wordt teruggekoppeld en meegenomen in hun advies. Ze gaan kijken of fysiotherapie misschien een optie is.

‘Studenten houden consulten met echte patienten’

Kwaliteit van leven

Terwijl de patiënt weer even in de wachtkamer plaats-neemt, geven Hendriksen en Raghoenath terugkoppeling aan coördinator Mariëlle Hartjes en anesthesioloog Monique Steegers. “Waarom komt deze mevrouw hier?”, opent Steegers het gesprek. Ze vertellen onder andere over de spierkrampen en tintelingen die de patiënt in haar benen heeft. “Wat is de medische term daarvoor?”, vraagt de supervisor. “Chemotherapie gerelateerde neuropathie”, weten beide studenten te antwoorden. Ze bespreken de optie van kracht opbouwen met fysiotherapie, waar mevrouw voor open staat. Op het verhaal over het zittend slapen zegt Steegers: “Dat lijkt me nogal een impact op de kwaliteit van leven hebben.” De studenten weten haar te informeren dat ze door een stikgevoel angstig is geworden om weer liggend te slapen. Steegers oppert EMDR - een therapievorm om een schokkende gebeurtenis te verwerken - als mogelijkheid en legt aan de studenten uit wat dat inhoudt. De studenten gaan met Steegers terug naar de patiënt en vervolgen het laatste gedeelte van het consult samen.

Meer dan de ziekte

Steegers opent het gesprek op een empathische, maar directe manier. “Het is erg zwaar wat u moet dragen, maar u bent wel een harde. U mag best wat meer om hulp vragen.” De patiënt is blij met de hulp en tips die ze krijgt: zowel met de fysiotherapeut als de EMDR-therapie kan ze aan de slag. “Dit geeft net dat extra zetje in de rug om het te regelen”, zegt ze. “Ik voelde me echt op mijn gemak bij de studenten, ik praat makkelijker tegen hen dan tegen de dokter. Dan gaat het alleen over de ziekte en de behandeling, maar er is zoveel meer wat er bij komt kijken. Fijn dat daar op deze nazorgpoli wel aandacht voor is.”

Ook coördinator Hartjes en supervisor Steegers zijn erg blij dat de Nazorgpoli onlangs is opgezet. “De studenten bouwen meer een band op met de patiënten en komen daardoor meer te weten, wat de artsen weer in het behandeltraject kunnen gebruiken”, vindt Steegers. “Helaas is de Nazorgpoli nog onbekend onder veel verwijzers in Amsterdam UMC, waardoor ze nog niet vol zitten met patiënten. Terwijl ik denk dat veel oncologiepatiënten hier baat bij hebben.”

Samenwerking

De Nazorgpoli is een gecombineerd initiatief van de afdeling Anesthesiologie & Pijngeneeskunde, Medische oncologie en de sectie Farmacotherapie. Geerke van den Bosch (PhD-student), Olaf Geerse (postdoc onderzoeker) en Lia van Zuylen (hoogleraar en medisch oncoloog) zijn vanuit de afdeling Medische Oncologie betrokken.

De Nazorgpoli is een van de projecten binnen de studentenpoli. Deze studentenpoli is een aanvulling op het bestaande aanbod die in 2012 in het leven is geroepen om studenten meer te betrekken bij de medische zorg. Studenten van alle jaren kunnen zich aanmelden om consulten te houden met échte patiënten. De Nazorgpoli is er speciaal voor patiënten die eerder behandeld zijn voor kanker. Iedere zorgverlener die deze patiënten ziet, kan een patiënt ernaar verwijzen. “Je leert hier zoveel meer dan vanuit de studieboeken”, vinden zowel Hendriksen als Raghoenath. Ook Hartjes en Steegers worden blij van deze samenwerking: “Jullie zijn echt bezig de patiënt te doorgronden en kunnen veel betekenen voor haar kwaliteit van leven.”  

DNA  •  medewerkersblad van Amsterdam UMC 

Studenten aan de slag op de Nazorgpoli

Reportage

Wil je meer informatie over de Nazorgpoli? Mail naar
Mariëlle Hartjes: m.hartjes@amsterdamumc.nl of Olaf Geerse: o.geerse@amsterdamumc.nl

Samenwerking

De Nazorgpoli is een gecombineerd initiatief van de afdeling Anesthesiologie & Pijngeneeskunde, Medische oncologie en de sectie Farmacotherapie. Geerke van den Bosch (PhD-student), Olaf Geerse (postdoc onderzoeker) en Lia van Zuylen (hoogleraar en medisch oncoloog) zijn vanuit de afdeling Medische Oncologie betrokken.

De Nazorgpoli is een van de projecten binnen de studentenpoli. Deze studentenpoli is een aanvulling op het bestaande aanbod die in 2012 in het leven is geroepen om studenten meer te betrekken bij de medische zorg. Studenten van alle jaren kunnen zich aanmelden om consulten te houden met échte patiënten. De Nazorgpoli is er speciaal voor patiënten die eerder behandeld zijn voor kanker. Iedere zorgverlener die deze patiënten ziet, kan een patiënt ernaar verwijzen. “Je leert hier zoveel meer dan vanuit de studieboeken”, vinden zowel Hendriksen als Raghoenath. Ook Hartjes en Steegers worden blij van deze samenwerking: “Jullie zijn echt bezig de patiënt te doorgronden en kunnen veel betekenen voor haar kwaliteit van leven.”  

‘Jullie benaderen mij op een prettige manier’

‘Studenten houden consulten met echte patienten’

De studenten stellen vakkundig, empathisch en oprecht geïnteresseerd allerlei vragen aan Tina. Over het verloop van het traject, haar beleving, de lichamelijke beperkingen waar ze tegenaan loopt en het psychische aspect. Hendriksen notuleert en ze stellen om beurten vragen, zonder dat het gekunsteld overkomt. Tina voelt zich duidelijk op haar gemak, want ze vertelt openlijk waar ze mee zit. “Normaal vertel ik niet zoveel hoor, maar jullie benaderen mij echt op een prettige manier.” Eén van de dingen waar Tina mee worstelt, is dat ze al acht maanden zittend slaapt, omdat ze niet kan liggen vanwege een stikgevoel in haar keel. Tijdens het traject heeft nog geen enkele arts aan haar gevraagd hoe het met slapen gaat. De studenten nemen het mee in het overleg met supervisor Steegers. Ook blijkt dat de patiënt nog veel last heeft van spierkrampen en tintelingen in haar benen en daardoor moeilijk loopt. De naweeën van het zware chemotraject. Ook dat wordt teruggekoppeld en meegenomen in hun advies. Ze gaan kijken of fysiotherapie misschien een optie is.

Rollercoaster

Tweedejaarsstudent Pratham Raghoenath houdt het spreekuur samen met Fleur Hendriksen, die in de wachttijd voor haar master zit. Voor beiden is dit de eerste keer dat ze écht live een consult met een patiënt aangaan. Ze vinden het spannend, maar hebben er vooral veel zin in. “Het is echt uniek dat wij dit al mogen oefenen. Zoiets leer je niet uit een boek.” De studenten moeten verschillende dimensies verkennen, notuleren en vervolgens overleggen met supervisor anesthesioloog Monique Steegers, hoogleraar pijn- en palliatieve geneeskunde. Na het overleg gaan ze samen met Monique terug naar de patiënt om het gesprek af te ronden en te kijken welke stappen er gezet moeten worden. 

Dan is het zo ver en halen Hendriksen en Raghoenath patiënt Tina op. Zij heeft keelkanker en daarvoor een reeks chemo’s en bestralingen gehad. Een belastend traject, waardoor ze graag ‘ja’ zei tegen een uitnodiging voor de Nazorgpoli. Op de vraag wat zij verwacht, antwoordt ze dat ze hoopt dat de studenten er iets van leren en dat ze het fijn vindt om te bespreken hoe alles gegaan is en waar ze nog tegenaan loopt in het dagelijks leven. “Het is zo’n enorme rollercoaster vanaf het moment dat je te horen krijgt dat je kanker hebt. Sommige periodes kan ik me zelfs nauwelijks nog herinneren.”

De studenten zijn net klaar met de voorbereiding wanneer de patiënt in de wachtkamer plaatsneemt. Ze hebben de vragen voorbereid, de rollen verdeeld en nu kunnen ze in het echt gaan oefenen. Een unieke situatie, want al vanaf het eerste studiejaar kunnen studenten zich opgeven om onder supervisie echte patiënten te zien. De Nazorgpoli leent zich daar bij uitstek voor. De studenten hebben een uur de tijd om de volledige kwaliteit van leven uit te vragen van kankerpatiënten die curatief behandeld zijn geweest. Een win-win-winsituatie, vindt coördinator en PhD-student Mariëlle Hartjes. “De arts heeft er voordeel bij want hij of zij komt veel meer over de patiënt te weten. De patiënt wordt gehoord en krijgt extra ondersteuning. En de studenten kunnen in een vroeg stadium van hun studie al praktijkervaring opdoen.”

Kwaliteit van leven

Terwijl de patiënt weer even in de wachtkamer plaats-neemt, geven Hendriksen en Raghoenath terugkoppeling aan coördinator Mariëlle Hartjes en anesthesioloog Monique Steegers. “Waarom komt deze mevrouw hier?”, opent Steegers het gesprek. Ze vertellen onder andere over de spierkrampen en tintelingen die de patiënt in haar benen heeft. “Wat is de medische term daarvoor?”, vraagt de supervisor. “Chemotherapie gerelateerde neuropathie”, weten beide studenten te antwoorden. Ze bespreken de optie van kracht opbouwen met fysiotherapie, waar mevrouw voor open staat. Op het verhaal over het zittend slapen zegt Steegers: “Dat lijkt me nogal een impact op de kwaliteit van leven hebben.” De studenten weten haar te informeren dat ze door een stikgevoel angstig is geworden om weer liggend te slapen. Steegers oppert EMDR - een therapievorm om een schokkende gebeurtenis te verwerken - als mogelijkheid en legt aan de studenten uit wat dat inhoudt. De studenten gaan met Steegers terug naar de patiënt en vervolgen het laatste gedeelte van het consult samen.

Meer dan de ziekte

Steegers opent het gesprek op een empathische, maar directe manier. “Het is erg zwaar wat u moet dragen, maar u bent wel een harde. U mag best wat meer om hulp vragen.” De patiënt is blij met de hulp en tips die ze krijgt: zowel met de fysiotherapeut als de EMDR-therapie kan ze aan de slag. “Dit geeft net dat extra zetje in de rug om het te regelen”, zegt ze. “Ik voelde me echt op mijn gemak bij de studenten, ik praat makkelijker tegen hen dan tegen de dokter. Dan gaat het alleen over de ziekte en de behandeling, maar er is zoveel meer wat er bij komt kijken. Fijn dat daar op deze nazorgpoli wel aandacht voor is.”

Ook coördinator Hartjes en supervisor Steegers zijn erg blij dat de Nazorgpoli onlangs is opgezet. “De studenten bouwen meer een band op met de patiënten en komen daardoor meer te weten, wat de artsen weer in het behandeltraject kunnen gebruiken”, vindt Steegers. “Helaas is de Nazorgpoli nog onbekend onder veel verwijzers in Amsterdam UMC, waardoor ze nog niet vol zitten met patiënten. Terwijl ik denk dat veel oncologiepatiënten hier baat bij hebben.”

D

Studenten die zelfstandig een consult met een oncologiepatiënt houden. Dat kan op de nieuwe Nazorgpoli. Onder supervisie leren de studenten de patiënt in brede zin te bevragen over de kwaliteit van leven en om te kijken of er extra hulp geboden kan worden. Een win-win situatie: “Je leert hier zoveel meer dan vanuit de studieboeken.”

Tekst: Eva Cornet - Foto’s: Sake Rijpkema

DNA  •  medewerkersblad van Amsterdam UMC 

DNA magazine online

DNA is het medewerkersblad van Amsterdam UMC. Het verschijnt 6 keer per jaar, zowel op papier als online. DNA brengt de achtergronden en persoonlijke verhalen bij de actuele ontwikkelingen in en rondom het ziekenhuis.
Volledig scherm